Contexten voor studenten

1-10-2015

​​​​​​​​

De student in de rol van onderzoeker, ontwerper en toekomstig leraar​

Voor studenten zijn er verschillende opleidingscontexten, waarbij ze een houding ontwikkelen en kennis en vaardigheden opdoen in daarbij passende handelingspraktijken. Enerzijds kunnen studenten als onderzoeker of ontwerper (reflective practitioner) onderzoek uitvoeren of ontwerpen ontwikkelen en realiseren. Anderzijds zullen zij als toekomstig leraar vanuit voorbeelden door opleiders en mentoren in de stageschool uiteindelijk zelf W&T-onderwijs (her-)ontwerpen en uitvoeren in de stageklas. Het inzetten van diverse onderwijsmaterialen, bronnen en didactieken (rich media-cases) speelt daarin een belangrijke rol. In specifieke afstudeeropdrachten in de profielfase kunnen studenten ook op schoolniveau W&T-activiteiten ontwerpen en uitvoeren. In postinitiële trajecten kunnen zittende leraren zich nascholen op het gebied van W&T.

De student in de rol van onderzoeker en ontwerper

Studenten maken bij verschillende vakken kennis met onderzoeken en ontwerpen. Door het uitvoeren van onderzoeken en ontwerpen doen studenten in de rol van onderzoeker en ontwerper zelf ervaring op met het onderzoeks- en ontwerpproces. Reflectie op het proces en het benoemen van de stappen die ze daarin hebben gezet draagt bij aan het inzicht dat studenten ontwikkelen in onderzoeken en ontwerpen.

Wat is nodig?Hoe kan het?
Studenten voeren onderzoek uit naar kwesties in de onderwijspraktijk, waarmee zij ook als leraar te maken kunnen krijgenStudenten hebben zelf een onderzoeksvraag. Tijdens het uitvoeren van hun onderzoek doorlopen ze het onderzoeksproces. Studenten werken hun onderzoeksvraag uit in een hypothese en een onderzoeksaanpak, ze verzamelen en verwerken gegevens en ze verwerken de gegevens tot een bij de doelgroep passende presentatie. Of studenten krijgen een opdracht van hun docent. Bijvoorbeeld om een onderzoek uit te voeren op hun stageschool naar het gebruik van methoden voor een bepaald vakgebied, naar het gedrag van bepaalde leerlingen of naar de relatie tussen de visie van de school op leren en de pedagogische aanpak op school. Ook kunnen ze een opdracht krijgen om een literatuuronderzoek uit te voeren over een bepaald onderwerp. Een andere mogelijkheid is dat studenten participeren in het onderzoek van lectoraten op hun opleiding.
Studenten (her-) ontwerpen een les, lessenreeks of handelingsplan, waarmee zij ook als leraar te maken kunnen krijgenStudenten maken op eigen initiatief of in opdracht van de opleider of mentor van de stageschool een (her-)ontwerp van een les of lessenreeks voor een groep of een handelingsplan voor een specifieke groep leerlingen. Tijdens het (her-) ontwerpen doorlopen studenten stappen van het ontwerpproces. Ze verwoorden het probleem of de behoefte, verkennen oplossingen, maken een ontwerpvoorstel, voeren het uit en testen het en presenteren het definitieve ontwerp.

 

De student in de rol van toekomstig leraar

Studenten doen op hun stageschool ervaring op met het zelf verzorgen van W&T-onderwijs. De aspecten van W&T-onderwijs die ze in de rol van lerende over W&T en in de rol als onderzoeker en ontwerper hebben geleerd en hebben ervaren komen terug in deze rol als aspirant-leraar. 

Voor hun lessen gebruiken ze de voorbeeldlessen uit de opleiding en van de stagementor als bron. Uiteindelijk (her-)ontwerpen studenten een les(senreeks) voor W&T. Ze leren hoe ze materialen en gereedschappen kunnen verzamelen en inzetten voor hun W&T- onderwijs. Ze ontwikkelen oog voor de organisatie in de klas en passen W&T-componenten toe die ze in de rol van lerende over W&T en in de rol als onderzoeker en ontwerper zelf hebben geleerd en hebben ervaren. Ook hebben ze aandacht voor de locatie van de school, bijv. door het inschakelen van externe instanties in de schoolomgeving.

Wat is nodig?Hoe kan het?
Studenten doen eigen ervaring op in het verzorgen van W&T-onderwijsDe mentor of een andere leraar van de stageschool van de student voert W&T-activiteiten uit in de stageklas, die worden bijgewoond door de student. Deze W&T-activiteiten, die de student nabespreekt met de mentor (en eventueel medestudenten), dienen als voorbeeld voor de W&T-activiteiten die de student gaat uitvoeren in de stageklas
.
De W&T-activiteiten worden door de student voorbereid met de vakdocent van de opleiding, mentor en medestudenten. De student stelt kijkvragen op voor de mentor, vakdocent en medestudenten. Na het uitvoeren van de les(sen) wordt er nabesproken met de mentor, medestudenten en vakdocent. Zo mogelijk worden er tenminste één keer video-opnames van een les gemaakt, waarin de student zijn eigen handelen kan terugzien en hierop kan reflecteren (video-based learning).
Studenten ervaren hoe ze onderwijsmateriaal kunnen verzamelen en inzetten in W&T-onderwijsBij het (her)ontwerpen en uitvoeren van W&T-activiteiten in de stageklas worden studenten geconfronteerd met het verzamelen van o​nderwijsmaterialen. Ze leren daarbij flexibel om te gaan met wat er op scholen aanwezig is en instanties voor W&T in de omgeving van de school te gebruiken om aan materialen te komen die niet op (een) basisschool beschikbaar zijn.
W&T ervaren in verschillende bouwenStudenten voeren in tenminste twee verschillende bouwen W&T-activiteiten uit. Daardoor ervaren ze de verschillen tussen de leerlingen in deze bouwen en kunnen ze zich een beeld vormen van de leerlijn W&T.