W&T en het opleidingscurriculum

1-10-2015

 

​​​​​​​​​​​​​Wat vraagt wetenschap en technologie van het opleidingscurriculum?

Welke doelen beoogt de opleiding met het W&T-curriculum? Voor kinderen is de wereld niet opgedeeld in 'vakgebieden'. Hun vragen en problemen zullen vaak betrekking hebben op meerdere vakgebieden: Hoe en waarom bouwden mensen vroeger een hunebed? Waar komen de stenen vandaan? Voor het oplossen van deze vragen hebben kinderen kennis en vaardigheden uit verschillende vakgebieden nodig. Daarom is het belangrijk dat in het opleidingsonderwijs studenten ook ervaring opdoen met onderwijs in samenhang en met integratie van vakgebieden. Samenhang waar het gaat om de wereldoriënterende​ vakken, en integratie met de ondersteunende vakken taal en rekenen.

Hetzelfde geldt voor processen en vaardigheden bij onderzoeken(d) en ontwerpen(d leren), de leidende vaardigheden in W&T-onderwijs. Studenten moeten de ruimte krijgen om ervaring op te doen in de rol van onderzoeker (van bijvoorbeeld het gedrag van een leerling) en ontwerper (bijvoorbeeld van lesmateriaal). Maar ook in de rol van leraar, die zelf W&T-onderwijs verzorgt. Studenten leren dat niet alleen de vakinhouden, maar ook de manier van werken, het onderzoeks- en ontwerpproces, een leerdoel is. En dat ze voor leerlingen inzichtelijk maken dat deze manieren van werken overal kunnen toepassen, ook thuis.

Opleidingen maken eigen keuzes hoe zij hun W&T het curriculum uitvoeren. Als voorbeeld zijn drie scenario's uitgewerkt. Naast samenhang en integratie is rekening gehouden met het voortraject van studenten (mbo, havo, vwo, hbo, universitair, zijinstroom). Met name hun kennis en ervaring met W&T is daarbij belangrijk. Onderwijseenheden voor de initiële opleiding (kern- en profieldeel in de major- en minorfase) kunnen verschillende niveaus hebben. Academische pabo's kunnen meer nadruk leggen op de onderzoeks- en ontwerpcomponent. Ook kunnen opleidingen programma's ontwikkelen voor de postinitiële opleiding (inductiefase) voor aanvullende professionalisering van (beginnende) leraren. Varianten van programma's in de inductiefase kunnen daarvoor worden ingezet.

Zie rechts bij 'Lees meer' voor een toelichting op deze aspecten.