Reflecteren, waarderen en oordelen

1-10-2015

  Kenmerken van het kind:
REFLECTEREN, WAARDEREN EN OORDELEN
Reflectie
De leerling kan reflecteren op zijn eigen handelen en dat van medeleerlingen, zowel tijdens het onderzoeks- en ontwerpproces als achteraf bij Onderzoeken
vraagt zich af:
  • is de onderzoeksvraag onderzoekbaar?
  • wordt de juiste variabele op de juiste manier gemeten?
  • leveren interviewvragen de gewenste informatie op?
  • worden de juiste bronnen geraadpleegd?

bij Ontwerpen
vraagt zich af:
  • is het probleem voldoende geanalyseerd?
  • zijn alle eisen voor de oplossing wel geformuleerd?
  • worden de juiste materialen en gereedschappen gebruikt?

algemeen
  • verwoordt de ontwikkeling van eigen kennis en inzichten
  • signaleert hiaten in eigen kennis
  • reflecteert op het onderzoeks- en ontwerpproces in relatie tot het eigen leerproces (metacommunicatie)
  • reflecteert op waarderen en oordelen
Waarderen en oordelen
De leerling kan het onderzoeks- en ontwerpproces en de daarbij bereikte resultaten waarderen en beoordelen bij Onderzoeken
  • vergelijkt de onderzoeksopbrengst met de onderzoeksvraag
  • beoordeelt of de onderzoeksvraag voldoende is beantwoord
  • toont waardering voor gevonden patronen en wetmatigheden
  • geeft een beargumenteerd oordeel over een situatie (in bijv. de omgeving) of over een technische toepassing
  • onderscheidt en benoemt maatschappelijke en persoonlijke overwegingen bij het oordeel

bij Ontwerpen
  • vergelijkt het eindproduct met de eisen van het ontwerp
  • beoordeelt of het eindproduct voldoet aan de gestelde eisen
  • waardeert producten van anderen

algemeen
  • waardeert de oordelen van anderen en geeft een gefundeerde mening