Bronnen, materialen en gereedschap gebruiken

1-10-2015

 

  Kenmerken van het kind: Voorbeelden uit de praktijk:
BRONNEN, MATERIALEN EN GEREEDSCHAP GEBRUIKEN
 
Bronnen
De leerling kan passende en betrouwbare bronnen selecteren en hiermee op de juiste wijze omgaan
  • selecteert geschikte kaart(-en) als informatiebron voor het beantwoorden van een geografische vraag
  • selecteert een bron die relevante informatie levert voor het beantwoorden van een historische vraag
  • zoekt informatie op in duidelijk geordende (digitale) naslagwerken, zoals woordenboeken en encyclopedieën

→ Voorbeelden van bronnen zijn:
     - atlas en kaarten
     - tijdbalk
     - historische kaarten en documenten

     
Materialen
De leerling kan materiaal als onderzoeksobject op een verantwoorde wijze kiezen en er zorgvuldig mee omgaan
  • kiest geschikte materialen voor de uitvoering van een experiment
  • gaat respectvol om met levende onderzoeksmaterialen
→ Voorbeelden van onderzoeksobjecten zijn:
- zaden, poppen en eitjes van vlinders
  of verschillende bladeren
- (afbeeldingen van) historische
  materialen en bronnen
- historische voorwerpen
- situaties/locaties als de wijk of een
  landschap om veldwerk uit te voeren
- verschijnselen als licht, geluid, kracht
- gebeurtenissen als Prinsjesdag,
  verkiezing of herdenking
De leerling kan bij het uitvoeren van een ontwerp passende materialen selecteren
  • bekijkt en beoordeelt materialen onder andere op sterkte, buigzaamheid en bewerkingsmogelijkheden in relatie tot het gebruiksdoel
→ In de sloophoek halen leerlingen apparaten uit elkaar, benoemen de onderdelen ervan en redeneren hoe de onderdelen samen ervoor zorgen dat het apparaat werkt.
     
Gereedschap
De leerling kan bij het uitvoeren van een onderzoek meetinstrumenten en apparatuur correct, nauwkeurig en veilig hanteren
  • leest gebruikte meetinstrumenten correct en nauwkeurig af
  • kan zich bij wandelen of fietsen oriënteren met behulp van kompas, kaart of atlas
→ Voorbeelden van apparatuur en (meet)instrumenten zijn:
- meetlinten, thermometer, regenmeter,
  loep, verrekijker, telescoop
- observatie- en registratie-instrumenten
- computerprogramma's (bijv. gis)
De leerling kan bij het uitvoeren van een ontwerp de juiste gereedschappen kiezen en deze correct en veilig hanteren → Voorbeelden van gereedschap is:
- hamer, (figuur)zaag, schroevendraaier,
  boor