Uitwerking bij W&T - Aspecten van Houding

1-10-2015

  Gedragskenmerken van het kind: Voorbeelden uit de onderwijspraktijk:
HOUDING ​ ​
NB  Voor alle gedragskenmerken geldt dat deze zich met het toenemen van de leeftijd verder ontwikkelen. ​ ​
Willen weten ​ ​
De leerling is nieuwsgierig
  • heeft initiële/brede interesse waarbij het zich verwondert over zaken, zich veel afvraagt en leergierig is
  • stelt veel vragen
→ Bij het onderwerp drijven en zinken vraagt een kind (groep 3) zich af hoe het kan dat een paperclip zinkt ondanks dat die heel licht is.
De leerling is gemotiveerd
  • is intrinsiek gemotiveerd en werkt met passie en plezier
  • wil onverstoorbaar doorwerken, ook als het tijd is aan het eind van de les
  • is geconcentreerd, werkt met 'tong uit de mond' en laat zich niet door de omgeving storen
  • vraagt wanneer het verder mag gaan en gaat ook thuis verder met de opdracht
  • is enthousiast voor veel vakgebieden
 
  ​ ​
Kritisch willen zijn ​ ​
De leerling is actief observerend
  • is oplettend, opmerkzaam en volgt vreemde verschijnselen
  • observeert objectief en precies
 
(bij jonge kinderen)
  • werkt non-verbaal
  • handelt ongecontroleerd
  • is oplettend en aandachtig
  • is snel en opmerkzaam
  • werkt nauwkeurig op kleuterniveau
 
(bij oudere kinderen)
  • discussieert kritisch over materiaalgebruik in het prototype
→ In groep 7 vraagt een kind zich bij het ontwerpen en realiseren van een dierenverblijf af of ze wel de juiste materialen hebben voor de omheining van het neushoornverblijf.
De leerling gaat objectief om met eigen werk
  • staat open voor invloeden van buiten en voor nieuwe ideeën
  • is bereid om te leren van de ander en 'open minded'
  • is onbevooroordeeld
 
De leerling werkt nauwkeurig
  • is netjes en nauwgezet (technisch, mathematisch, taalgebruik), consciëntieus en heeft een drang naar perfectie

(bij oudere kinderen)
  • werkt de globale ontwerpschets nauwkeurig uit in een ontwerptekening op schaal (met rekenmachine)
  • begint opnieuw als het nog niet zint
 
De leerling heeft een kritische instelling naaranderen
  • is kritisch naar medeleerlingen en de leraar
  • is kritisch over bronnen en bestaande ideeën
  • wil zaken van verschillende kanten bekijken en verschillende opvattingen leren kennen

(bij oudere kinderen)
  • is kritisch op het stellen van vragen
  • reageert naar medeleerlingen om het goed te doen en nauwkeurig/precies te zijn

→ Bij de ontwerpopdracht voor een dierenverblijf vindt een kind het van belang om ook te weten welke andere dierenverblijven grenzen aan hun verblijf. Want dat kunnen vijanden voor hun dier zijn en dan moet daar in het ontwerp rekening mee worden gehouden.

→ Als een kind tijdens een gesprek naar aanleiding van het drijven en zinken van voorwerpen een antwoord geeft, terwijl de leraar vraagt om een vraag te formuleren, zegt een ander kind dat dit geen vraag is, maar een antwoord. "En een antwoord is geen vraag."

De leerling is kritisch op zichzelf en op eigen werk
  • is kritisch op eigen ideeën
  • is kritisch op eigen werk
  • kan omgaan met kritiek van anderen, met eigen onzekerheid en onwetendheid
  • is kritisch op het eigen materiaalgebruik
→ Bij de ontwerpopdracht voor een dierenverblijf komt een kind met het idee om bomen en struiken van Playmobil te gebruiken. Door voorbeelden van andere groepjes vindt het kind het bij nader inzien beter om bomen te maken van natuurlijke materialen.
  ​ ​
Willen begrijpen ​ ​
De leerling wil zaken begrijpen
  • gaat op zoek naar de oorzaak of reden van iets

(bij jongere kinderen)
  • vraagt van alles. Waarom? Hoe zit dat? etc.
  • haalt dingen uit elkaar
  • bekijkt dingen/werk van anderen en wil weten hoe het zit

(bij oudere kinderen)
  • door onderwerp uit te pluizen en te doorgronden, op zoek gaan naar de oorzaak of de reden van iets (Waarom? Waardoor? Waartoe? Hoe?)
→ Bij het onderwerp Drijven en zinken wil een kind begrijpen hoe het komt dat lichte dingen soms zinken en zware dingen drijven of dat een krijtje eerst blijft drijven in water en daarna toch zinkt.
De leerling wil overzicht hebben
  • overziet het werk (van anderen) en plaatst het in een kader
 
  ​ ​
Vernieuwend willen zijn ​ ​
De leerling is origineel
  • gaat een eigen richting uit
  • maakt niet alleen dingen na, doet niet alleen na, maar werkt ook eigen ideeën
  • voegt zelfstandig originele aspecten toe in een ontwerp

→ Bij de ontwerpschets voor een nieuwe dierentuin tekent een kind het dier (de olifant) in perspectief.

→ Bij een proef rond ontkiemen en groeien plaatst een kind een 'trechter' van aluminiumfolie op een zaaibedje om meer zonlicht op de zaadjes te laten komen.

De leerling is onconventioneel
  • treedt buiten de bestaande kaders
  • heeft lef en staat open voor onbekendheid
→ Bij het ontwerp van een dierenverblijf tekent een kind een verblijf voor de olifanten met twee verdiepingen om meer ruimte te creëren.
De leerling is innovatief
  • heeft oorspronkelijke, originele gedachten en nieuwe ideeën die anders mogen zijn
  • voegt (in overleg) vernieuwende elementen toe aan een ontwerp
→ In het ontwerp voor een dierenverblijf voor wolven tekent een kind voor de bezoekers een brug met kijkgaten. Een ander kind tekent een pad onder het krokodillenverblijf door om de krokodil ook te kunnen zien als deze onder water is.
De leerling is associatief
  • is creatief, intuïtief en flexibel
 
  ​ ​
Willen bereiken ​ ​
De leerling is initiatiefrijk
  • bedenkt veel verschillende dingen
  • begint en probeert opnieuw als het niet lukt
  • is ondernemend
→ Voor het ontwerpen van een dierenverblijf gaat een kind een dierenverzorger interviewen over hoe het verblijf voor een bepaald dier er uit zou moeten zien.
De leerling is persistent
  • werkt hard en is een doorzetter
 
De leerling heeft geduld
  • werkt geduldig en verwacht niet te snel resultaat
 
De leerling is ambitieus
  • weet eigen doelen te stellen
→ Bij het ontwerpen van een dierenverblijf neemt één van de kinderen in het groepje al snel de leiding bij het concretiseren van het programma van eisen in een ontwerpschets.
De leerling is energiek
  • wil er voor gaan
 
De leerling is gedreven
  • is grondig en vastberaden
  • zoekt vasthoudend naar een oplossing voor een probleem
→ Bij het realiseren van een ontwerp voor een dierenverblijf blijven kinderen zoeken naar oplossingen voor materiaalproblemen. Een kind zoekt naar de mogelijkheid in de maquette voor een 'glazen' olifantenverblijf door gebruik te maken van lamineerfolie. Een ander kind zorgt ervoor dat zand op de bodemplaat niet meer loslaat door het gebruik van haarlak.
  ​ ​
Willen delen ​ ​
De leerling is sociaal
  • is gericht op samenwerking
  • verdeelt taken onder groepsleden en houdt zich aan afspraken
  • is bereid om te leren van de ander
  • vertelt over ervaringen aan klasgenoten en anderen
→ Bij de presentatie van het ontwerp en de maquette van een dierenverblijf verdelen de kinderen presentatieonderdelen onder de groepsleden.
De leerling is overtuigend
  • stelt problemen aan de orde
  • legt probleem uit en overtuigt anderen van eigen ideeën
  • stelt plenair vragen