Beleidsdocumenten

1-10-2015

 

Overzicht van beleidsdocumenten waarnaar in deze website wordt verwezen

 

​Kiezen voor Technologie

​Actieplan Wetenschap en Technologie voor het primair en voortgezet onderwijs met actiepunten bij het streven van het ministerie van OCW om Wetenschap en technologie vanaf 2020 structureel in te bedden in het curriculum van het basisonderwijs en voortgezet onderwijs. Het rapport bevat nog eens invulling aan de ambitie en strategie voor W&T voor zowel toekomstige leraren basisonderwijs als zittende leraren.
In het primair onderwijs ligt de focus op regionale samenwerking, professionalisering, verduurzaming en samenwerking met het bedrijfsleven. Daarbij is onderzoekend en ontwerpend leren een belangrijk fundament.

Rapport: Kiezen voor Technologie

Website: www.kiezenvoortechnologie.nl

​Stichting Beroepskwaliteit Leraren (SBL)

​De Stichting Beroepskwaliteit Leraren (SBL) heeft samen met ander onderwijspersoneel zeven competenties vastgesteld, die de aspecten van lerarenbekwaamheid in kaart brengen. Met de competenties en de daaraan gekoppelde indicatoren per niveau kunnen onderwijsgevenden en studenten beoordelen waar ze staan in hun ontwikkeling. Binnen de SBL-competenties zijn aanknopingspunten te vinden voor W&T:

  • SBL-competenties 1 en 2 sluiten aan bij de W&T-component houding
  • SBL-competentie 3 sluit aan bij de W&T-componenten vaardigheden en denkwijzen en kennis
  • SBL-competentie 4 bij de uitvoering van W&T-onderwijs
  • SBL-competentie 6 bij de uitvoering door het inzetten van voor W&T relevante bedrijven en musea uit de schoolomgeving
  • SBL-competentie 7 voor de eigen professionele ontwikkeling in de rol van leraar bij de uitvoering van W&T-onderwijs

Omdat bij W&T-onderwijs houding, vaardigheden en denkwijzen, samenhang en een integratieve aanpak van de vakken en de didactische aanpak 'onderzoeken en ontwerpen' belangrijke elementen zijn, zullen deze competenties in aangepaste vorm ook in het postinitiële traject aan de orde moeten komen.

SBL-competenties (Stichting Beroepskwaliteit Leraren en ander onderwijspersoneel)

​Herijking van de bekwaamheidseisen voor leraren primair onderwijs

​Uit onderzoek naar de bekwaamheidseisen in de lerarenopleiding door het Landelijk Platform Beroepen in het Onderwijs (LPBO, 2010) blijkt dat de SBL-competenties bekend zijn en richting geven aan de inhoud van het beroepsprofiel. Maar er is ook kritiek. Een van de kritiekpunten is dat de vakinhoudelijke bekwaamheid onvoldoende is uitgewerkt in de SBL-competenties. Daardoor is er de ene keer meer aandacht voor de kenniscomponent en de andere keer voor de handelingscomponent, waardoor overladenheid optreedt. In het curriculum is integratie nodig van de kennis- en de handelingscomponent (LPDO, 2010).

De Onderwijscoöperatie heeft in Het voorstel bekwaamheidseisen drie sets nieuwe bekwaamheidseisen opgesteld ter vervanging van de bekwaamheidseisen van 2006: vakinhoudelijk, vakdidactisch en pedagogisch bekwaam. De Onderwijsraad wijst in haar briefadvies van 19 december 2013 op een aantal tekortkomingen in de herijkte bekwaamheidseisen. Op dit moment (juli 2014) zijn er nog geen nieuwe bekwaamheidseisen voor de pabo's.

Landelijk Platform Beroepen in het Onderwijs. (2010). Bekwaamheidseisen in de lerarenopleiding. Referentiekader voor curriculum en toetsing. Utrecht: Landelijk Platform Beroepen in het Onderwijs.

Onderwijsraad (2013). Briefadvies Herijking bekwaamheidseisen.

​Een goede basis

​De Commissie Kennisbasis Pabo is ingesteld door de HBO-raad om een concreet overzicht te leveren van de kennis waarover iedere startbekwame leraar minimaal moet beschikken. De commissie heeft onder andere voor de leergebieden Oriëntatie op jezelf en de wereld en Kunstzinnige oriëntatie kennisbases opgeleverd. Daarnaast zijn voor de studeerbaarheid en het vermijden van overladenheid maatregelen getroffen die elkaar in onderlinge samenhang versterken, zoals eisen aan de instroom, profilering in een of meer vakken en een beperkt kerncurriculum. Deze maatregelen en de inhoud van de kennisbases leveren de opleidingen veel aanknopingspunten voor de implementatie van W&T-opleidingsonderwijs. De opleidingen werken aan de implementatie van de voorstellen van de Commissie Kennisbasis Pabo, inclusief kennistoetsen voor de borging.

Commissie Kennisbasis Pabo. (2012). Een goede basis. Advies van de Commissie Kennisbasis Pabo. Den Haag: HBO-raad, vereniging van hogescholen.

​Kerndoelen voor basis- en speciaal onderwijs

​W&T sluit aan op de kerndoelen voor po en so. De kerndoelen voor po en so (normaal/moeilijk lerenden [nl/ml]) zijn nagenoeg identiek. W&T-aspecten zijn te vinden in de preambule, de karakteristiek en de kerndoelen binnen het leergebied Oriëntatie op jezelf en de wereld: kerndoelen 34 tot en met 53 (po) en 49 tot en met 69 (so[nl/ml]).

Natuur en techniek

  • Kerndoel 42 (58 voor so(nl/ml))
    Onderzoeken van materialen en natuurkundige verschijnselen
  • Kerndoel 44 (60 voor so9nl/ml))
    Relaties leggen tussen de werking, de vorm en het materiaalgebruik
  • Kerndoel 45 (61 voor so(nl/ml))
    Leren oplossingen voor technische problemen te ontwerpen

Ruimte

  • Kerndoel 47 (63 voor so(nl/ml))
    Leren vergelijken
  • Kerndoel 50 (66 voor so(nl/ml))
    Leren omgaan met kaart en atlas

Tijd

  • Kerndoel 51 (67 voor so(nl/ml))
    Leren gebruiken van eenvoudige historische bronnen en leren hanteren van tijdsaanduidingen en tijdsindelingen

Ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap. (2006). Kerndoelen Primair Onderwijs. Den Haag: Ministerie van OCW.

Ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap. (2010). Kerndoelen speciaal onderwijs. Den Haag: Ministerie van OCW.

​Referentiekaders Taal en Rekenen

​Bij W&T-onderwijs zijn relaties met taal en rekenen makkelijk te maken. Vragen, problemen en behoeften zijn startpunten voor W&T-onderwijs. Het zijn authentieke onderwijssituaties voor taal- en rekenonderwijs. Leerlingen formuleren onderzoeksvragen, zoeken informatie op en verwerken die, ze discussiëren, redeneren en argumenteren met elkaar. Leerlingen presenteren voor hun eigen of een andere groep hun onderzoeksresultaten, hun producten of gaan ze in op de (diepere) betekenis van begrippen. Of ze leren een inhoudelijke tekst of een verslag te schrijven. Anders gezegd: deze onderwijssituaties doen een beroep op vaardigheden uit de domeinen mondelinge taalvaardigheid, lezen, schrijven en taalbeschouwing en –verzorging (zie Over de drempels met taal van de Expertgroep Doorlopende Leerlijnen Taal en Rekenen).

Bij W&T leren leerlingen specifieke begrippen uit de rekentaal te gebruiken zoals het juist formuleren van relaties (bijvoorbeeld groter dan, als – dan redeneringen), het uitdrukken van grootheden (bijvoorbeeld in eenheden van gewicht (gram), volume (liter) of tijd (minuten)) of bij het beschrijven van meetresultaten in een grafiek of tabel. Tijdens het ontwerpen en maken van producten krijgen leerlingen te maken met besef (en schatten) van grootte, patronen, verhoudingen (schaal), meten en met het verwerken van meetgegevens in tabellen of grafieken. Maar ook binnen aardrijkskunde speelt besef van grootte een rol, bijvoorbeeld bij het benoemen van afstanden tussen plaatsen, oppervlakte van landen en steden en het aantal inwoners per land of een andere geografische eenheid. Bij geschiedenis gaat het om chronologie, periodisering en de tijdlijn. Een overzicht van de subdomeinen voor het reken-wiskundeonderwijs is te vinden in Over de drempels met rekenen van de Expertgroep Doorlopende Leerlijnen Taal en Rekenen.

Expertgroep Doorlopende Leerlijnen Taal en Rekenen. (2008). Over de drempels met taal. De niveaus voor de taalvaardigheid.

Doorlopende Leerlijnen Taal en Rekenen. (2008). Over de drempels met rekenen. Consolideren, onderhouden, gebruiken en verdiepen.

Europees kwalificatiekader voor een leven lang leren (EKK)

​Het EKK is een gemeenschappelijk referentiekader dat kwalificatiesystemen van landen aan elkaar koppelt. Dat maakt kwalificaties van verschillende landen inzichtelijk en vergelijkbaar. Het kader heeft twee doelstellingen:

  1. Het bevorderen van de mobiliteit van burgers tussen landen;
  2. Het toegankelijk maken van deelname aan een leven lang leren.

Het EKK koppelt kwalificatiesystemen van verschillende landen aan de acht referentieniveaus van het kader: van niveau 1 (schooldiploma's) tot niveau 8 (doctor). Het EKK legt de nadruk op de resultaten van leren. In het EKK wordt een leerresultaat gedefinieerd als een beschrijving van wat een lerende kent, begrijpt en kan doen na de voltooiing van een leerproces.

De leerresultaten worden in drie categorieën ingedeeld, te weten​ kennis, vaardigheden en competentie. Deze indeling maakt duidelijk dat kwalificaties − in verschillende combinaties − een breed spectrum van leerresultaten bestrijken, waaronder theoretische kennis, praktische en technische vaardigheden en sociale competenties waarbij samenwerkingsvermogen cruciaal is.

Het EKK roept landen op om kwalificatiesystemen te ontwikkelen. Op dit moment is er (in Nederland) (nog) geen kwalificatiesysteem voor de pabo's. Daardoor is er geen relatie te leggen tussen EKK en W&T anders dan op hoofdlijnen dat het zowel bij het EKK als bij W&T gaat om kennis, vaardigheden en competenties. De laatste impliceert mogelijk aandacht voor attitude.

Europese Commissie (2008). Het europees kwalificatiekader voor een leven lang leren (EKK). Luxemburg: Bureau voor officiële publicaties der Europese Gemeenschappen.

​Advies Verkenningscommissie wetenschap en technologie primair onderwijs

​Wetenschap en technologie moeten veel meer tijd en prioriteit krijgen op de basisschool. Dat is nodig omdat de samenleving een steeds grotere kennis van wetenschap en technologie veronderstelt. Meer kinderen zullen voor technische beroepen kiezen als ze vroeg enthousiast worden gemaakt voor dit domein, aldus de Verkenningscommissie wetenschap en technologie primair onderwijs. Om wetenschap en technologie een belangrijker plaats te geven op de basisschool heeft de Verkenningscommissie negen aanbevelingen opgesteld, in opdracht van de PO-Raad en het Platform Bèta Techniek. Het advies is op 13 mei 2013 overhandigd aan beide opdrachtgevers en aan staatssecretaris Sander Dekker (OCW).

Alle kinderen op de basisschool moeten les krijgen in wetenschap en technologie, vindt de commissie. Ze geeft een brede invulling aan wetenschap en technologie. Het gaat om een vakoverstijgende benadering van onderzoekend en ontwerpend leren. Wetenschap en technologie heeft verbindingen met alle vakken, van taal en rekenen tot de meer creatieve vakken. Meer aandacht voor wetenschap en technologie hoeft dus niet ten koste te gaan van de rest van het curriculum. Zie: Verkenningscommissie wetenschap en technologie primair onderwijs. (2013). 

Expertgroep Wetenschap en Techniek Basisonderwijs. (2005). Visie op wetenschap en techniek in het basisonderwijs. Den Haag: Platform Bèta techniek.

​Besluit OCW

​Brief Ministerie OCW aan Voorzitter Tweede Kamer d.d. 13 maart 2013

In deze brief wordt een amendement bekrachtigd dat aanvullende maatregelen aangeeft gericht op twee thema’s:

  1. Het sneller herkennen van bètatalent op de basisschool (beter borgen wetenschap en techniek in kennisbasis / curriculum primair onderwijs en pabo’s);
  2. Het vergroten van het aantal universitair opgeleide leraren in het voortgezet onderwijs, in het bijzonder leraren bètavakken en talen, om daarmee het voorspelde lerarentekort af te wenden (educatieve minor, trajecten voor zij- instromers, Eerst de Klas en versterken verbinding scholen / bedrijven door stages en gastlessen).

Kamerbrief over invulling impuls leraren tekortvakken

​Techniekpact

​Techniekpact moet de aansluiting van het onderwijs op de arbeidsmarkt in de technieksector verbeteren en daarmee het tekort aan technisch personeel terugdringen. In het Techniekpact staan concrete afspraken tussen bedrijfsleven, onderwijs en overheid. Ondanks alle bestaande initiatieven en plannen neemt het aantal technici niet snel genoeg toe. Uit analyses van het Researchcentrum voor Onderwijs en Arbeidsmarkt (ROA) blijkt dat op termijn jaarlijks 30.000 extra technici nodig zijn om in de groeiende behoefte aan technisch personeel te voorzien. Dat vraagt om extra inspanningen. Onderwijsinstellingen, werkgevers, werknemers, jongeren, topsectoren, regio’s en Rijk hebben daarom op 13 mei 2013 een nationaal Techniekpact gesloten. Het Techniekpact verenigt de ambities uit de bestaande plannen en initiatieven, maar wil die sneller (in 2020) en met meer daadkracht realiseren. Om dat te bereiken zet het Techniekpact in op drie actielijnen met als horizon 2020:

  • Kiezen voor techniek: meer leerlingen kiezen voor een techniekopleiding;
  • Leren in de techniek: meer leerlingen en studenten met een technisch diploma gaan ook aan de slag in een technische baan;
  • Werken in de techniek: mensen die werken in de techniek behouden voor de techniek, en mensen met een technische achtergrond die met ontslag bedreigd worden of al langs de kant staan elders inzetten in de techniek.

Website: www.techniekpact.nl